Bijen zijn bestuivers — dat is hun ecologische functie en de reden waarom hun aanwezigheid onmisbaar is voor het functioneren van ecosystemen. Ze dragen bij aan de voortplanting van wilde plantensoorten en aan de productie van groenten, fruit en noten in de landbouw. Zonder bestuivers zouden veel plantensoorten verdwijnen en zou de voedselproductie van een aanzienlijk deel van de meest voedingsrijke gewassen sterk dalen.
Bijen als bestuivers: de kern van hun ecologische rol
De ecologische waarde van bijen ligt niet in de honing die ze produceren maar in de bestuiving die ze uitvoeren. Als bijproduct van het verzamelen van nectar en stuifmeel dragen ze stuifmeel over van de ene bloem naar de andere — waardoor bevruchting plaatsvindt en zaden en vruchten worden gevormd.
Dit proces, hoe alledaags het ook klinkt, is structureel voor het functioneren van ecosystemen. Planten reproduceren zich, produceren zaden die voedsel zijn voor vogels en kleine zoogdieren, en hun vruchten en bladeren vormen de basis van voedselketens. Verwijder de bestuivers en je onderbreekt dit systeem.
Een gedetailleerde uitleg van het bestuivingsproces vind je in Bijen en biodiversiteit: waarom bestuiving onmisbaar is.
Landbouw: welke gewassen zijn afhankelijk?
Van de circa 100 gewassoorten die 90% van de wereldwijde voedselproductie leveren, zijn er 71 afhankelijk van bijenbestuiving. Dat zijn voornamelijk:
- Fruitsoorten: appel, peer, kers, pruim, aardbei, framboos, meloen, watermeloen
- Groenten: komkommer, courgette, pompoen, tomaat, paprika, aubergine
- Noten: amandel — 80% van de wereldwijde amandelproductie vindt plaats in Californië, volledig afhankelijk van bijenbestuiving
- Oliezaden: koolzaad, zonnebloem
- Peulvruchten: boon, erwt
Granen zoals tarwe, rijst en maïs zijn windbestuivers en niet afhankelijk van bijen. Maar de gewassen die vitamines, mineralen en smaakdiversiteit leveren — groenten, fruit, noten — zijn dat wel. Een wereld zonder bijenbestuiving zou voedselrijker zijn in calorieën maar armer in micronutriënten.
Wilde planten en biodiversiteit
De relatie tussen bijen en planten is wederzijds. Bloeiende planten produceren nectar en stuifmeel als beloning voor bestuivers; bijen halen voedsel op en zorgen voor bevruchting. Verdwijnen bijen, dan worden planten minder bestoven. Minder bevruchting betekent minder zaadvorming en minder jonge planten.
Op termijn daalt de plantendiversiteit — wat gevolgen heeft voor alles wat van die planten afhankelijk is: insecten die de planten eten, vogels die de insecten eten, zoogdieren die de vruchten eten. Het cascade-effect van bijensterfte werkt door in de hele voedselketen.
Economische waarde van bestuiving
De economische waarde van bestuiving door bijen wordt door de FAO geraamd op circa 153 miljard euro per jaar wereldwijd — een berekening op basis van de afhankelijkheid van gewassen van bestuivers en de marktwaarde van die gewassen. Dat getal is een benadering, geen exacte meting, maar het geeft de orde van grootte aan.
In Nederland worden bijenvolken actief ingezet bij aardbeienteelt (kassen), appel- en perenteelt en zaadteelt van koolgewassen. Imkers verhuren volken aan telers tijdens de bloeiperiode — een dienst die wordt betaald naast de honingopbrengst.
Honingbijen versus wilde bijen
Honingbijen zijn niet de enige bestuivers. In Nederland zijn meer dan 350 soorten wilde bijen aanwezig — metselbijen, hommels, behangersbijen, groefbijen. Voor bepaalde gewassen en plantensoorten zijn wilde bijen effectiever dan honingbijen: ze vliegen bij lagere temperaturen, zijn eerder actief in het voorjaar en hebben een andere lichaamsbouw die stuifmeel efficiënter vasthoudt bij bepaalde bloemvormen.
De achteruitgang van wilde bijensoorten is in Europa groter dan die van honingbijen. Honingbijen worden beheerd door imkers; wilde bijen zijn volledig afhankelijk van beschikbare habitats. Meer over de verschillen lees je in Wilde bijen vs. honingbijen: verschillen en overeenkomsten.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er met onze voedselproductie als bijen verdwijnen?
Gewassen die afhankelijk zijn van bijenbestuiving — groenten, fruit, noten — zouden sterk in opbrengst dalen of verdwijnen. Granen zijn windbestuivers en minder afhankelijk van bijen, maar ze leveren weinig micronutriënten. Het verdwijnen van bijenbestuiving zou leiden tot een voedselvoorziening die calorisch toereikend kan zijn maar arm aan vitamines, mineralen en diversiteit.
Zijn er alternatieven voor bijenbestuiving in de landbouw?
Handbestuiving — met een kwastje stuifmeel per bloem overbrengen — wordt toegepast in kleinschalige teelt van vanille en sommige fruitsoorten in gebieden zonder bestuivers. Het is arbeidsintensief en onhaalbaar op grote schaal. Andere insecten (vlinders, zweefvliegen, kevers) bestuiven ook maar zijn minder efficiënt en minder beheerbaar. Er bestaat geen kosteneffectieve vervanging voor bijenbestuiving op landbouwschaal.
Hoeveel bijenvolken zijn er in Nederland?
Nederland telt circa 80.000 tot 90.000 geregistreerde bijenvolken, beheerd door ongeveer 10.000 imkers. Dat zijn uitsluitend honingbijenvolken; wilde bijensoorten worden niet centraal geteld. De wilde bijenpopulaties zijn in Nederland de afgelopen decennia sterk afgenomen door habitatverlies.
Waarom zijn bijen beter als bestuivers dan andere insecten?
Bijen zijn gespecialiseerde bloemenbezoekers: ze verzamelen actief stuifmeel als eiwitbron voor hun larven en zijn daardoor consistent in hun bloemenbezoek. Hun lichaam is bedekt met vertakte haren die stuifmeel elektrostatisch aantrekken en vasthouden. Ze vertonen bloementrouw — één foerageerbij bezoekt bij voorkeur steeds bloemen van dezelfde soort, wat de overdracht van stuifmeel tussen bloemen van de juiste soort vergroot. Andere insecten bezoeken bloemen incidenteler en zijn minder efficiënt in stuifmeeltransport.
