Het bijenvolk: koningin, werksters en darren

Een honingbijenvolk bestaat uit drie casten: één koningin, tienduizenden werksters en — alleen in het voorjaar en de zomer — enkele honderden darren. Elk individu vervult een specifieke rol die is afgestemd op leeftijd en seizoen. De koningin legt alle eieren; werksters voeren alle overige taken uit; darren dienen uitsluitend voor de voortplanting. De samenwerking tussen deze drie casten maakt het volk als geheel tot een functionerend organisme.

De koningin: enige legger in het volk

Een bijenvolk heeft altijd precies één koningin — de enige bij in de kast die eieren legt en zich seksueel voortplant. De koningin is herkenbaar aan haar langere achterlijf, dat de grotere eierstokken bevat. Ze wordt niet door werksters gevoed maar ontvangt koninginnengelei gedurende haar hele leven.

Een koningin bevruchting vindt in de eerste weken van haar leven plaats tijdens de bruidsvlucht: ze paart in de lucht met meerdere darren (gemiddeld 12–20) en slaat het sperma op in de spermatheca. Daarmee kan ze de rest van haar leven — drie tot vijf jaar — eieren bevruchten zonder opnieuw te paren.

De koningin legt twee typen eieren:

  • Bevruchte eieren: worden werksters (vrouwelijk) of koninginnen, afhankelijk van de voeding die de larve krijgt
  • Onbevruchte eieren: worden altijd darren (mannelijk) — partenogenese

In het hoogseizoen legt een productieve koningin 1.000 tot 2.000 eieren per dag. De feromonen die ze uitscheidt — het koninginnenferomon (QMP) — onderdrukken de ontwikkeling van eierstokken bij werksters en signaleren aan het volk dat alles in orde is.

Werksters: de ruggengraat van het volk

Werksters zijn vrouwelijke bijen met onderdrukte eierstokken. Ze vormen het overgrote deel van het volk — 40.000 tot 80.000 in de zomer. Hun taakverdeling is strikt leeftijdsgebonden:

  • Dag 1–3 (poetsster): reinigen cellen voor hergebruik door de koningin
  • Dag 3–6 (voedster): voeden oudere larven met pollen en honing
  • Dag 6–12 (voedster koninginnengelei): voeden jonge larven en de koningin met koninginnengelei, geproduceerd via klieren in de kop
  • Dag 12–20 (wasster, bouwster, ventilator): produceren bijenwas via klieren op het achterlijf, bouwen en repareren raten, ventileren de kast
  • Dag 18–21 (wacht): bewaken de vliegopening tegen indringers
  • Dag 21 tot overlijden (foerageerster): verzamelen nectar, stuifmeel, water en propolis buiten de kast

Een zomerwerkster leeft gemiddeld zes weken — de laatste drie weken als foerageerster. Winterwerksters leven langer (vier tot zes maanden) door lagere activiteit en een andere fysiologie.

Darren: seizoensgebonden voortplanters

Darren zijn mannelijke bijen. Ze hebben geen angel, geen stuifmeelkorfjes en voeren geen arbeid uit in de kast. Hun enige biologische functie is de paring met een jonge koningin tijdens de bruidsvlucht.

Darren zijn aanwezig van het vroege voorjaar tot de nazomer. In de herfst, wanneer de voedselvoorraden worden aangesproken en de paarperiode is afgelopen, worden darren door werksters uit de kast verdreven — de zogenaamde darrendood. Ze sterven buiten de kast van honger en kou. Een volk zonder darren in de winter is normaal en geen teken van problemen.

Darren uit verschillende volken verzamelen zich op vaste plaatsen in het landschap — darrenconcentratieplaatsen (DCP’s) — waar ze wachten op passerende jonge koninginnen. Dit mechanisme bevordert paring tussen niet-verwante individuen en daarmee genetische diversiteit.

Hoe een nieuw volk ontstaat: zwermen

Wanneer een bijenvolk te groot wordt of de koningin oud is, bereidt het volk een zwerm voor. Werksters bouwen koninginnencellen; de oude koningin verlaat de kast met circa de helft van de werksters en vormt een zwerm. De zwerm hangt tijdelijk aan een tak of muur terwijl verkensters op zoek gaan naar een nieuwe nestplaats.

In de oorspronkelijke kast komt een nieuwe koningin uit, paart tijdens de bruidsvlucht en neemt de leiding over. Zwermen in het wild zijn een natuurlijk verspreidingsmechanisme; in de imkerij worden ze opgevangen en als nieuw volk geïnstalleerd. Meer over de praktijk van imkeren lees je in Wat is imkerij? De basis van bijenhouden uitgelegd.

Veelgestelde vragen

Hoe lang leeft een bijenkoningin?

Een koningin leeft gemiddeld drie tot vijf jaar. In de praktijk vervangen imkers koninginnen vaak na één tot twee jaar omdat de eilegcapaciteit daarna afneemt. Een jonge, productieve koningin legt 1.000 tot 2.000 eieren per dag in het hoogseizoen; een oudere koningin legt minder, wat leidt tot een kleiner volk.

Kunnen werksters ook eieren leggen?

In theorie wel — werksters hebben rudimentaire eierstokken. In een normaal volk met een leggende koningin worden die onderdrukt door het koninginnenferomon. Als een volk koninginnenloos raakt en er geen nieuwe koningin beschikbaar is, kunnen werksters onbevruchte eieren leggen. Die ontwikkelen zich uitsluitend tot darren — wat het volk niet redt. Een volk met legwerksters is een noodgeval dat snel ingrijpen vereist.

Waarom sterven darren in de herfst?

Darren produceren geen honing, verzamelen geen nectar en leveren geen bijdrage aan het onderhoud van de kast. In de herfst, wanneer de voedselvoorraden worden bewaard voor de winter en er geen koninginnen meer uitvliegen voor paring, zijn darren een last voor het volk. Werksters verdrijven ze uit de kast — de darrendood. Het is een evolutionair voordeel: een volk dat geen darren hoeft te onderhouden overleeft de winter beter.

Wat is het verschil tussen een koningin en een werkster als bij?

Koninginnen en werksters zijn beide vrouwelijk en ontwikkelen zich uit bevruchte eieren. Het verschil ontstaat in de larfase: larven die uitsluitend koninginnengelei krijgen gedurende hun hele larvale ontwikkeling worden koninginnen; larven die na drie dagen overgaan op pollen en honing worden werksters. De koningin heeft een langer achterlijf (grotere eierstokken), een gladde angel en functionerende eierstokken. Werksters hebben stuifmeelkorfjes, wasklieren en meer complexe gedragsrepertoires.

0
Scroll naar boven

Disclaimer: Wij doen onze uiterste best om zo volledig en transparant mogelijk te zijn in onze informatie over gezondheidsvoordelen van honing en bijenproducten. Veel informatie is vooral gebaseerd op traditionele en culturele tradities en ervaringen. Daar waar mogelijk hebben wij dat aangevuld met informatie uit wetenschappelijke artikelen.
Honing en bijenproducten zijn geen geneesmiddelen en vervangen nooit professioneel medisch advies.

Lees hier meer over gezondheidsclaims over honing en bijenproducten.