Bijen zijn vliesvleugelige insecten (orde Hymenoptera) die nectar en stuifmeel verzamelen als voedsel voor zichzelf en hun nageslacht. Wereldwijd zijn meer dan 20.000 bijensoorten beschreven; in Nederland circa 360. De bekendste is de honingbij (Apis mellifera), maar de overgrote meerderheid van de bijensoorten leeft solitair — zonder kolonie, zonder koningin, zonder honingproductie. Wat alle bijensoorten gemeen hebben: ze zijn bestuivers en daarmee onmisbaar voor de voortplanting van bloeiende planten.
Wat zijn bijen biologisch gezien?
Bijen behoren tot de orde Vliesvleugeligen (Hymenoptera), samen met wespen, mieren en hommels. Ze zijn het nauwst verwant aan wespen — bijen zijn evolutionair gezien een tak van wespen die overstapten van carnivorie naar het eten van stuifmeel als eiwitbron. Die overstap, ooit, is de reden dat bijen nu bestuivers zijn: stuifmeel verzamelen voor de larven betekent stuifmeel meenemen van bloem naar bloem.
Bijen onderscheiden zich van wespen door:
- Vertakte lichaamsharen die stuifmeel vasthouden (wespen hebben gladde haren)
- Gespecialiseerde structuren voor stuifmeelverzameling: stuifmeelkorfjes (honingbijen) of buikharen (wilde bijen)
- Een dieet dat voor een belangrijk deel uit stuifmeel bestaat — wespen eten voornamelijk andere insecten
Hoeveel bijensoorten zijn er?
Wereldwijd zijn meer dan 20.000 bijensoorten beschreven, verdeeld over zeven families. De bekendste familie is Apidae, waartoe honingbijen, hommels en metselbijen behoren. In Nederland zijn circa 360 inheemse bijensoorten aanwezig — van de honingbij tot de kleinste groefbij met een lengte van nauwelijks vier millimeter.
De meeste bijensoorten zijn solitair: geen kolonie, geen koningin, geen honingproductie. Elk vrouwtje maakt haar eigen nest, voedt haar eigen larven en leeft slechts enkele weken als volwassen bij. Sociale bijensoorten — honingbijen en hommels — zijn daarmee de uitzondering, niet de regel.
Sociale versus solitaire bijen
Sociale bijen leven in kolonies met een taakverdeling tussen de koningin (leggen van eieren), werksters (alle overige taken) en darren (voortplanting). Honingbijen zijn de meest extreme voorbeelden van sociaal bijengedrag: kolonies van 40.000 tot 80.000 individuen die meerdere jaren overleven. Hommels leven ook sociaal maar in kleinere kolonies (50–500 individuen) die elk jaar opnieuw worden gesticht door een overwintering koningin.
Solitaire bijen — metselbijen, behangersbijen, groefbijen, zandbijen — leven zonder kolonie. Een vrouwtje maakt een eigen nest, legt eieren in individuele cellen voorzien van een stuifmeelbal als voedsel voor de larve, en sluit de cellen af. Ze sterft voordat haar nageslacht uitvliegt — de larven ontwikkelen zich zelfstandig. Solitaire bijen produceren geen honing.
Meer over de verschillen tussen wilde bijen en honingbijen lees je in Wilde bijen vs. honingbijen: verschillen en overeenkomsten.
Waarom zijn bijen onmisbaar?
De ecologische functie van bijen is bestuiving. Als bijproduct van het verzamelen van nectar en stuifmeel dragen ze stuifmeel over van de ene bloem naar de andere — waardoor bevruchting plaatsvindt en zaden en vruchten worden gevormd. Van de circa 100 gewassoorten die 90% van de wereldwijde voedselproductie leveren, zijn 71 afhankelijk van bijenbestuiving.
In de wilde natuur is de relatie tussen bijen en bloeiende planten wederzijds en evolutionair diep verankerd. Veel plantensoorten zijn specifiek afgestemd op bepaalde bijensoorten in bloemvorm, bloeitijdstip en nectarsamenstelling. Verdwijnen bijensoorten, dan kunnen de bijbehorende plantensoorten minder goed worden bestoven — met cascade-effecten door de hele voedselketen.
Meer over de ecologische rol van bijen lees je in Het belang van bijen voor ons ecosysteem.
Achteruitgang van wilde bijen in Nederland
Van de circa 360 bijensoorten in Nederland staat meer dan de helft op de Rode Lijst — ze zijn zeldzaam of achteruitgegaan. De oorzaken zijn habitatverlies (verdwijnen van bloemrijke landschappen door monocultuur en verstedelijking), pesticidengebruik en klimaatverandering. De achteruitgang van wilde bijen is sterker dan die van honingbijen, die door imkers worden beheerd. Meer over oorzaken en gevolgen lees je in Bijensterfte: oorzaken, gevolgen en oplossingen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bijensoorten zijn er in Nederland?
In Nederland zijn circa 360 inheemse bijensoorten aanwezig. Dat omvat één honingbijensoort (Apis mellifera), tientallen hommelsoorten en honderden solitaire bijensoorten. Van die 360 soorten staat meer dan de helft op de Rode Lijst vanwege achteruitgang in verspreiding of aantallen.
Wat is het verschil tussen een bij en een wesp?
Bijen en wespen zijn nauw verwant maar hebben verschillende diëten en lichaamsbouw. Wespen hebben gladde, glanzende haren en eten voornamelijk andere insecten en suikerbronnen. Bijen hebben vertakte haren die stuifmeel vasthouden en eten voornamelijk nectar en stuifmeel. De meeste bijen zijn ook minder agressief dan wespen — ze steken alleen bij directe bedreiging van zichzelf of het nest.
Kunnen alle bijen steken?
Nee. Darren (mannelijke honingbijen) hebben geen angel. Veel solitaire bijensoorten hebben een zo korte angel dat ze de menselijke huid niet kunnen doordringen. Practisch gesproken steken alleen werksterbijen van honingbijen en hommels mensen, en vrijwel uitsluitend bij directe verstoring van het nest of bij gevangen worden.
Leven alle bijen in een bijenkorf?
Nee — dat is een van de meest voorkomende misvattingen. Alleen honingbijen leven in kolonies in een bijenkorf (of bijenkast bij imkers). De overgrote meerderheid van de bijensoorten — circa 70% van de 360 Nederlandse soorten — nestelt solitair in de grond. De rest nestelt in holle stengels, dood hout of andere holtes. Bijenhotels zijn specifiek bedoeld voor deze solitaire soorten.
