Honing bestaat voor circa 80% uit suikers — voornamelijk fructose en glucose — aangevuld met water, enzymen, mineralen, aminozuren en kleine hoeveelheden antioxidanten. Per 100 gram levert honing gemiddeld 304 kcal. De exacte samenstelling verschilt per honingsoort: fructoserijke varianten zoals acaciahoning hebben een lagere glycemische index dan glucoserijke soorten. Honing is en blijft een suikerproduct — het onderscheid met geraffineerde suiker zit in de samenstelling, niet in aangetoonde gezondheidseffecten.
Wat zit er in honing?
Honing is geen simpele zoetstof. De samenstelling is complex en verschilt per soort, per regio en per nectarbron. De hoofdbestanddelen zijn:
- Fructose: gemiddeld 38–40 gram per 100 gram
- Glucose: gemiddeld 31–35 gram per 100 gram
- Water: 17–20% (rijpe honing maximaal 20% conform EU-honingrichtlijn)
- Enzymen: invertase, diastase, glucose-oxidase — door bijen toegevoegd tijdens rijping
- Mineralen: kalium, calcium, magnesium, fosfor — in kleine hoeveelheden
- Polyfenolen en flavonoïden: aanwezig in wisselende concentraties afhankelijk van de nectarbron
- Aminozuren: circa 18 verschillende, in spoorconcentraties
Donkere honingsoorten zoals boekweithoning bevatten doorgaans meer polyfenolen dan lichtgekleurde varianten zoals acaciahoning. Dit is een compositioneel gegeven, geen aanwijzing voor een specifiek effect.
Voedingswaarde per 100 gram
Onderstaande waarden zijn representatief voor gemiddelde bloemenhoning op basis van de NEVO-tabel en EU-voedingsdatabanken. De werkelijke waarden kunnen per partij afwijken.
| Voedingsstof | Per 100 g |
|---|---|
| Energie | 304 kcal / 1272 kJ |
| Koolhydraten (totaal) | ~82 g |
| waarvan suikers | ~82 g |
| Fructose | ~38–40 g |
| Glucose | ~31–35 g |
| Eiwitten | ~0,3 g |
| Vet | 0 g |
| Vezels | 0 g |
| Water | ~17–20 g |
Een eetlepel honing (circa 21 gram) levert daarmee ongeveer 64 kcal en 17 gram suiker.
Suikers en de glycemische index
De verhouding tussen fructose en glucose bepaalt mede de glycemische index (GI) van een honingsoort. Fructose heeft een lage GI (~19); glucose een hoge (~100). Honing met een hoog fructosegehalte heeft daardoor een lagere GI dan glucose-dominante varianten.
- Acaciahoning: GI circa 35–47 (hoog fructosegehalte)
- Gemiddelde bloemenhoning: GI circa 55–65
- Boekweithoning: GI circa 65–70 (hoger glucosegehalte, kristalliseert snel)
De GI is een eigenschap van het voedingsmiddel zelf — niet van de persoon die het eet. Hoe honing in een individuele context uitwerkt hangt af van veel meer factoren dan de GI alleen. Wil je meer weten over hoe honingsoorten van elkaar verschillen? Lees Soorten honing: van acacia tot boekweit.
Enzymen: wat zijn het en wat doen ze in honing?
Bijen voegen tijdens het rijpingsproces enzymen toe aan de nectar. De drie meest kenmerkende zijn:
- Invertase (saccharase): splitst sucrose in fructose en glucose
- Diastase (amylase): breekt zetmeel af; de diastase-activiteit (uitgedrukt als DN-waarde) is een kwaliteitsindicator — honing die te sterk is verhit verliest diastase-activiteit
- Glucose-oxidase: produceert in aanwezigheid van water waterstofperoxide, wat een rol speelt bij de houdbaarheid van honing
Verhitting boven circa 40°C tast deze enzymen aan. Dit is waarom rauwe honing compositioneel verschilt van verhitte honing: de enzymen zijn nog intact. Meer over dit onderscheid lees je in Rauwe honing: wat is het en hoe verschilt het van bewerkte honing?
Honing versus geraffineerde suiker: wat is het compositionele verschil?
Geraffineerde suiker (sucrose) bestaat uit één verbinding: 50% fructose + 50% glucose, chemisch gebonden. Honing bevat diezelfde suikers in vrije vorm — gesplitst door invertase — plus de eerdergenoemde enzymen, mineralen, aminozuren en polyfenolen. Dat maakt honing compositioneel rijker dan geraffineerde suiker.
Wat honing niet is: een aangetoond gezonder alternatief voor geraffineerde suiker. De EU-gezondheidsclaims-verordening (1924/2006) staat geen gezondheidsclaims toe voor honing. Beeffet verkoopt honing als delicatesse en smaakproduct — niet als functioneel voedingsmiddel.
Culinaire toepassingen waarbij de smaakcomplexiteit van honing tot zijn recht komt vind je in Culinaire toepassingen: koken en bakken met honing.
Veelgestelde vragen
Hoeveel calorieën heeft een eetlepel honing?
Een eetlepel honing weegt circa 21 gram en levert ongeveer 64 kcal en 17 gram suiker. De exacte waarde verschilt licht per honingsoort afhankelijk van het watergehalte en de suikerverhouding.
Wat is de glycemische index van honing?
De GI van honing varieert per soort. Acaciahoning heeft een GI van circa 35–47 door het hoge fructosegehalte. Gemiddelde bloemenhoning zit op GI 55–65. Boekweithoning heeft een hogere GI (65–70) door meer glucose. Ter vergelijking: geraffineerde suiker heeft een GI van circa 65.
Bevat honing vitamines?
Honing bevat vitamines in spoorconcentraties — met name B-vitamines zoals B2, B3 en B6, en kleine hoeveelheden vitamine C. De hoeveelheden zijn te gering om een relevante bijdrage te leveren aan de dagelijkse aanbevolen inname. Honing is geen vitaminebron; het is een suikerproduct met een complexe samenstelling.
Verliest honing voedingsstoffen bij verhitting?
Verhitting boven circa 40°C tast enzymen (met name diastase en glucose-oxidase) aan. De suikers blijven intact. Voor culinaire toepassingen op hoge temperatuur maakt het compositionele verschil weinig uit; voor rauw gebruik blijven de enzymen behouden in niet-verhitte honing.
