Geschiedenis van imkeren: van holle boomstammen tot moderne kasten

Mensen houden bijen al minstens 9.000 jaar — dat blijkt uit rotstekeningen in de Cuevas de la Araña in Spanje. De eerste imkers oogstten honing uit wilde nesten; later leerden ze bijen te houden in holle boomstammen, aardewerken potten en gevlochten korven. De moderne imkerij begint in 1851 met de uitvinding van de raambijenkast door Lorenzo Langstroth — een ontwerp dat de oogst mogelijk maakt zonder het volk te vernietigen.

De vroegste sporen: honingverzamelen in de prehistorie

De oudste afbeelding van mensen die honing verzamelen is de rotstekening in de Cuevas de la Araña (Spanje), gedateerd op circa 7.000–8.000 v.Chr. Ze toont een menselijke figuur die aan lianen hangt en honing uit een wilde bijennest haalt, omringd door bijen. Dit was geen imkerij maar honingverzameling — het plunderen van wilde nesten, waarbij de bijen werden verdreven met rook.

In het oude Egypte (circa 2.400 v.Chr.) zijn de eerste aanwijzingen voor georganiseerde imkerij: reliëfs in het Zonnetempel van Niuserre tonen imkers die rook in horizontale cilindervormige korven blazen en honing oogsten. Egyptische honing werd verhandeld, gebruikt als zoetstof en bij de bereiding van mede (honingwijn).

Griekenland en Rome: skeps en eerste kennis

De Griekse en Romeinse oudheid produceerden de eerste schriftelijke beschrijvingen van imkerpraktijken. Aristoteles beschreef in zijn Historia Animalium (circa 340 v.Chr.) de organisatie van het bijenvolk, hoewel zijn observaties over de koningin (“koning”) niet klopten — hij dacht dat het een mannelijk dier was.

Columella en Vergilius schreven in de eerste eeuw n.Chr. gedetailleerde instructies voor Romeinse imkers. Ze gebruikten korven van gevlochten stro (skeps), aardewerken potten of holle boomstronken, geplaatst in beschutte imkerijen met zuidelijke oriëntatie.

Het fundamentele probleem van de klassieke imkerij: de honing oogsten betekende de raten breken — en daarmee een deel van het volk vernietigen. Elk najaar werden zwakkere volken gedood om de honing te kunnen oogsten.

Middeleeuwen: kloosters en korfimkerij

In de Europese Middeleeuwen speelden kloosters een centrale rol in de imkerij. Honing was de enige beschikbare zoetstof; bijenwas was onmisbaar voor kaarsen — essentieel voor kerkelijke rituelen. Monniken hielden bijen systematisch bij en ontwikkelden kennis over bijengedrag en honingoogst.

De strokorf bleef het dominante bijenverblijf. In Nederland en België waren imkers vaak hoer (honingboer) of imker (eem-ker, van het Germaanse woord voor bij). De korfimkerij kende één groot nadeel: bij de oogst moest de imker de bijen doden — door de korf ondersteboven over brandende zwavel te houden — of de raten oogsten met aanzienlijke bijensterfte.

18e en 19e eeuw: de weg naar de raambijenkast

De doorbraak begint met de Zwitserse natuuronderzoeker François Huber (1750–1831), die ondanks zijn blindheid via zijn assistent nauwkeurige observaties deed en de eerste bladkast ontwierp — een kast waarvan de zijwanden als boekpagina’s konden worden geopend voor inspectie zonder de raten te beschadigen.

De definitieve revolutie kwam in 1851 toen de Amerikaanse imker Lorenzo Langstroth de bee space ontdekte: een ruimte van 6–9 mm waarbinnen bijen geen was of propolis aanbrengen. Smaller en de bijen lijmen het dicht; groter en ze bouwen er een vrije raat in. Op basis van dit principe ontwierp Langstroth een kast met beweegbare ramen die precies 6–9 mm ruimte lieten aan alle zijden. De ramen konden worden uitgetild zonder dat raten braken of bijen werden verpletterd.

De Langstroth-kast — in Europa vertaald naar systemen als de Dadant en de Simplex — is tot op heden de basis van vrijwel alle moderne bijenkasten wereldwijd.

20e eeuw: professionalisering en de varroaproblematiek

De 20e eeuw bracht professionalisering van de imkerij: gemechaniseerde honingslingers, gestandaardiseerde kasten, georganiseerd fokprogramma’s voor koninginnenselectie. In de tweede helft van de 20e eeuw groeide het aantal hobbyimkers sterk, mede door toenemende aandacht voor biodiversiteit.

De introductie van Varroa destructor in Europa in de jaren tachtig veranderde de imkerij ingrijpend. Zonder behandeling overleven honingbijenvolken de mijt niet. Varroabestrijding is sindsdien een vast onderdeel van het imkerjaar. Meer over de varroamijt en bijenvolkgezondheid lees je in Gezondheid van het bijenvolk: varroamijt, ziektes en preventie.

Veelgestelde vragen

Hoe oud is het imkeren?

De vroegste aanwijzingen voor het verzamelen van honing door mensen dateren uit circa 7.000–8.000 v.Chr. (rotstekeningen in Spanje). De vroegste aanwijzingen voor georganiseerde imkerij — het houden van bijen in kasten — komen uit het oude Egypte en dateren uit circa 2.400 v.Chr. Het imkeren is daarmee een van de oudste agrarische activiteiten van de mens.

Wat was het probleem met de traditionele korfimkerij?

Bij de traditionele strokorf moest de imker de honing oogsten door de raten te breken — er was geen manier om ramen eruit te halen. Dat betekende dat het volk werd gedood of zwaar beschadigd bij elke oogst. De uitvinding van de raambijenkast met beweegbare ramen maakte oogsten mogelijk zonder het volk te vernietigen.

Wie heeft de moderne bijenkast uitgevonden?

Lorenzo Langstroth, een Amerikaanse imker en predikant, patenteerde in 1851 de raambijenkast op basis van zijn ontdekking van de bee space — de vrije ruimte van 6–9 mm die bijen intact laten. Zijn ontwerp maakte inspectie en oogst mogelijk zonder beschadiging van de raten. De Langstroth-kast is de basis van vrijwel alle moderne bijenkasten wereldwijd.

Wanneer kwamen bijen naar Nederland en België?

Honingbijen (Apis mellifera) zijn inheems in Europa en waren er al lang voor de eerste menselijke beschavingen. De westerse honingbij heeft in Europa meerdere ondersoorten, waarvan Apis mellifera mellifera (de Europese donkere bij) van nature in Nederland en België voorkwam. Door eeuwen van import en kruising met andere ondersoorten is de zuivere inheemse bij in Nederland zeldzaam geworden.

0
Scroll naar boven

Disclaimer: Wij doen onze uiterste best om zo volledig en transparant mogelijk te zijn in onze informatie over gezondheidsvoordelen van honing en bijenproducten. Veel informatie is vooral gebaseerd op traditionele en culturele tradities en ervaringen. Daar waar mogelijk hebben wij dat aangevuld met informatie uit wetenschappelijke artikelen.
Honing en bijenproducten zijn geen geneesmiddelen en vervangen nooit professioneel medisch advies.

Lees hier meer over gezondheidsclaims over honing en bijenproducten.

Beeffet Honing en Bijenproducten
Blijf op de hoogte van onze laatste updates.

Meld u nu aan voor onze nieuwsbrief