Een bij bestaat uit drie segmenten: kop, borststuk en achterlijf. Elk segment heeft specifieke functies die de bij in staat stellen te navigeren, nectar en stuifmeel te verzamelen, te communiceren en de kolonie te verdedigen. De anatomie van de honingbij is nauw afgestemd op haar rol als bestuiver en honingproducent — van de vertakte haren die stuifmeel vasthouden tot de honingmaag die nectar transporteert.
De drie lichaamssegmenten
Zoals alle insecten heeft de bij drie hoofdsegmenten: kop (caput), borststuk (thorax) en achterlijf (abdomen). Ze zijn verbonden door smalle verbindingsstukken die beweging mogelijk maken.
De kop: zintuigen en voeding
Op de kop bevinden zich de meeste zintuiglijke organen van de bij:
- Samengestelde ogen: twee grote facetogen die elk uit duizenden kleine lenzen bestaan. Ze geven een breed gezichtsveld maar weinig scherpte op afstand. Bijen zien ultraviolet licht — een eigenschap die ze helpt bloemen te herkennen, omdat veel bloemen UV-patronen hebben die onzichtbaar zijn voor mensen.
- Enkelvoudige ogen (ocelli): drie kleine ogen op de bovenzijde van de kop. Ze meten lichtintensiteit en helpen bij de oriëntatie op basis van het zonlicht.
- Antennes: twee geknikt gebogen voelsprieten die tegelijkertijd dienen als reukorgaan, tastorgaan en gehoorsensor. Via de antennes detecteren bijen geurmoleculen van bloemen, feromonen van nestgenoten en trillingen die worden gebruikt bij de waggeldans.
- Monddelen: de bij heeft zowel kauwdelen (mandibels) als een zuigend-likkend tongapparaat. De lange tong (proboscis) wordt uitgerold om nectar op te nemen. De lengte van de tong varieert per bijensoort en bepaalt welke bloemen een bij kan bereiken.
Het borststuk: beweging
Het borststuk draagt de organen voor voortbeweging:
- Vier vleugels: twee voorvleugels en twee achtervleugels. Ze zijn gekoppeld via haakjes (hamuli) zodat ze als één vliegoppervlak functioneren. Een bij vliegt gemiddeld 25–30 km/u en kan tot 3 kilometer van de kast foerageren.
- Zes poten: elk paar heeft een specifieke functie. De achterpoten van werksters hebben een stuifmeelkorfje (corbicula): een gladde uitholling omringd door stijve haren waarop stuifmeelkorrels worden verzameld en getransporteerd. De middenpoten verwijderen stuifmeel van het lichaam en duwen het in de korfjes. De voorpoten reinigen de antennes.
Het achterlijf: vertering, productie en verdediging
Het achterlijf bevat de meeste inwendige organen:
- Honingmaag (ingluvies): een uitzetbare maag voor het transport van nectar. De honingmaag staat los van de verteringsmaag — nectar wordt niet verteerd maar getransporteerd. Een werkster kan circa 40 mg nectar dragen, ongeveer haar eigen gewicht.
- Wasklieren: aanwezig bij jonge werksters tussen 12 en 20 dagen oud. De klieren produceren bijenwas als kleine schubjes die bijen gebruiken om raten te bouwen en te repareren.
- Geurklieren (Nasanov-klier): produceren feromonen waarmee bijen nestgenoten en zwermende bijen naar de ingang van de kast leiden.
- Angel: aanwezig bij werksters en koninginnen; darren hebben geen angel. De angel van de werksterbij is van achterwaartse weerhaken voorzien en blijft steken in zoogdierhuid — waarna de bij sterft door inwendig letsel. De angel van de koningin is glad en wordt alleen gebruikt bij gevechten met andere koninginnen.
Haren: meer dan esthetiek
Het lichaam van de bij is bedekt met vertakte haren — in tegenstelling tot de enkelvoudige haren van wespen. Die vertakking zorgt ervoor dat stuifmeelkorrels mechanisch worden vastgehouden. Bijen zijn door statische elektriciteit positief geladen tijdens het vliegen; bloemen zijn negatief geladen. Stuifmeel springt daardoor actief naar de bij toe zodra ze een bloem nadert — een efficiënt bestuivingsmechanisme dat de vertakte haren nog effectiever maakt.
Meer over de rol van bijen als bestuivers lees je in Bijen en biodiversiteit: waarom bestuiving onmisbaar is.
Veelgestelde vragen
Hoeveel ogen heeft een bij?
Een bij heeft vijf ogen: twee grote samengestelde facetogen aan de zijkanten van de kop en drie kleine enkelvoudige ogen (ocelli) op de bovenzijde. De facetogen geven een breed gezichtsveld en detecteren beweging en ultraviolet licht. De ocelli meten lichtintensiteit en helpen bij navigatie op basis van de zonpositie.
Waarom sterft een bij na het steken?
De angel van een werksterbij is voorzien van achterwaartse weerhaken. In zoogdierhuid — die elastisch is — haak de angel zich vast en kan niet worden teruggetrokken. Bij het loskomen van de bij worden de angel, gifzak en een deel van de inwendige organen achtergelaten. Dit letsel is dodelijk voor de bij. Bij het steken van andere insecten (met een harder exoskelet) treedt dit effect niet op — de angel kan dan gewoon worden teruggetrokken.
Wat is de honingmaag en hoe werkt het?
De honingmaag is een uitzetbare maagzak in het achterlijf van de werksterbij, gescheiden van de verteringsmaag door een klep. Nectar wordt via de tong opgezogen en opgeslagen in de honingmaag voor transport naar de kast. Onderweg voegen bijen enzymen toe (invertase) die de sucrose in de nectar beginnen om te zetten in fructose en glucose. Bij thuiskomst geven ze de nectar door aan verwerkingsbijen in de kast.
Kunnen alle bijen steken?
Nee. Darren (mannelijke bijen) hebben geen angel. Koninginnen hebben een gladde angel die alleen wordt ingezet bij gevechten met rivaliserende koninginnen. Van de meer dan 350 wilde bijensoorten in Nederland hebben veel soorten een zo korte angel dat ze de menselijke huid niet kunnen doordringen. Praktisch gesproken steken alleen werksterbijen van honingbijen en hommels mensen.
